Terug

Slokje allesreiniger op? Gelukkig weet het NVIC of dat gevaarlijk is!

Bedrijven zijn wettelijk verplicht om het NVIC te vertellen wat er in hun  chemische producten zit. Het NVIC gebruikt deze informatie om medische hulpverleners goed te kunnen adviseren over de gevolgen van een vergiftiging. Bijvoorbeeld als een kind uit nieuwsgierigheid een slokje uit een fles allesreiniger neemt. Het NVIC wordt dagelijks ongeveer 40 keer gebeld over blootstellingen aan chemische producten, zoals huishoudproducten, doe-het-zelf producten en  bestrijdingsmiddelen.

Deze (consumenten-) producten bevatten meerdere chemische stoffen, waarvan sommigen gevaarlijk zijn voor de gezondheid, bv giftig of bijtend. Het gebruik van (gevaarlijke) chemische stoffen is in de Europese Unie aan strenge regelgeving onderhevig. Dit moet waarborgen dat een chemisch product veilig gebruikt kan worden. De Nederlandse overheid ziet daar op toe.

Als een chemisch product op grond van een of meerdere ingrediënten gevaarlijk is dan moet dit duidelijk zichtbaar zijn op het etiket en/of de verpakking. Het meest in het oog springend zijn de gevaarsymbolen. Daarnaast worden er veiligheidsaanbevelingen gedaan: hoe je veilig met het product omgaat en hoe je het beste kunt handelen als er toch iets mis gaat.

Als er iets mis gaat bij het per ongeluk (of bewust) onjuist gebruik van een chemisch product, dan wordt vaak het NVIC gebeld. Het NVIC heeft uitgebreide kennis van stoffen: wat doen ze in ons lichaam, hoe lang blijven ze daar, welke symptomen kunnen er op treden, hoe ernstig is de vergiftiging, en vooral hoe moet er behandeld worden om erger te voorkomen. Als het NVIC de samenstelling van een chemisch product kent kan het een adequate risico-analyse maken en de behandelend arts van de juiste informatie voorzien.

In 2018 werd het NVIC gebeld over bijna 14.800 blootstellingen (op een totaal van circa 47.600 blootstellingen; 31%) aan een breed scala van chemische producten. Het gaat om huishoudproducten, vrijetijdsartikelen en doe-het-zelf producten, cosmetica, industriele producten, bestrijdingsmiddelen en desinfectantia (zie figuur 1).

[Figuur B2.2 uit jaaroverzicht 2018: telefonisch gemelde blootstellingen per categorie]

De huishoudproducten vormen de grootste categorie chemische producten waarover het NVIC geraadpleegd wordt. Binnen deze categorie worden blootstellingen aan schoonmaakmiddelen, zoals allesreiniger en chloorbleekmiddel, het meest gemeld.

[Figuur B2.8 uit jaaroverzicht 2018: telefonisch gemelde blootstellingen per subcategorie huishoudproducten]

Kinderen jonger dan 5 jaar zijn het vaakst blootgesteld aan huishoudproducten, gemiddeld in 49% van de meldingen. Maar de grootste risico-producten voor deze jonge kinderen vormen de textielwasmiddelen, de vaatwasmiddelen en de lucht-/textielverfrissers (70-80% van de meldingen)!

[Figuur B2.9 uit jaaroverzicht 2018: telefonisch gemelde blootstellingen per subcategorie huishoudproducten, leeftijdsverdeling patiënten]

Kortom: het is voor een adequate informatieverstrekking aan artsen door het NVIC van groot belang dat informatie over gevaarlijke chemische producten bij het NVIC bekend is. De wettelijke verplichting van bedrijven om die informatie aan te leveren zorgt daar voor.

Uitgebreide informatie over (gevaarlijke) chemische stoffen in alledaagse producten is te vinden op de website www.waarzitwatin.nl