Braakt het wel of braakt het niet?
De zin en onzin van het opwekken van braken bij een (potentiële) vergiftiging.
Bij een vergiftiging wordt vaak gedacht dat laten braken altijd een zinvolle eerste hulpmaatregel is: ‘Dan is het tenminste uit het lichaam!’. Het tegendeel is echter waar. In sommige gevallen kan het opwekken van braken het klinisch beeld juist verergeren. Het Nationaal Vergiftigingen Informatie Centrum (NVIC) ontvangt regelmatig meldingen waarbij braken is opgewekt bij of door een patiënt na inname van een mogelijk giftige stof. Maar bij welke stoffen wil je dit zo veel mogelijk voorkomen?
Wanneer is braken opwekken afgeraden?
Er zijn grofweg drie groepen stoffen waarbij het induceren van braken wordt afgeraden vanwege de mogelijke schadelijke gevolgen.
1. Irriterende/etsende verbindingen.
Wanneer een patiënt braakt, passeren irriterende of etsende stoffen, zoals bleekmiddelen, zuren (bijv. azijnzuur) of logen (bijv. natronloog), opnieuw de slokdarm. Hierdoor worden de slijmvliezen nogmaals blootgesteld aan de schadelijke verbinding, wat de kans op weefselschade vergroot.
2. Schuimende producten.
Na ingestie van schuimende middelen, zoals afwasmiddel en allesreinigers, kan schuimvorming optreden. Wanneer de patiënt vervolgens braakt, neemt de kans toe dat schuim wordt geaspireerd en zo in de luchtwegen terechtkomt. Dit vergroot het risico op complicaties zoals een chemische pneumonitis en/of het ontstaan van longoedeem.
3. Verbindingen met een lage viscositeit.
Denk hierbij aan benzine, xyleen of vluchtige oliën. Ingestie van petroleumproducten met een lage viscositeit brengt, ongeacht de ingenomen hoeveelheid, een verhoogd risico op aspiratie met zich mee met het risico op een chemische pneumonitis. Braken en kokhalzen worden beschouwd als belangrijke risicofactoren voor het optreden van aspiratie.
Er zijn ook situaties waarin het opwekken van braken om andere redenen onwenselijk is. Bij kinderen wordt geadviseerd zeer terughoudend te zijn. Daarnaast is het niet verstandig om de patiënt te laten braken indien vitale functies bedreigd zijn, indien er (dunne) vloeistof(fen) zijn ingenomen, indien de patiënt niet coöperatief is, bij verminderd bewustzijn of bij insulten.
Wanneer kan braken wel zinvol zijn?
Er zijn uitzonderlijke gevallen waarbij maaglediging via braken wel een rol kan spelen bij de behandeling van een vergiftiging. In het geval van zeer giftige stoffen die bij inname tot ernstige symptomen kunnen leiden, en waar andere absorptieverminderende maatregelen zoals geactiveerde kool ineffectief zijn, kan worden overwogen de patiënt te laten braken. Voorbeelden van dergelijke stoffen zijn bijvoorbeeld kaliumcyanide of natriumazide. Timing is hierbij cruciaal: het opwekken van braken doe je bij voorkeur zo snel mogelijk, tot maximaal 30 tot 60 minuten na inname. Verder moeten de risico’s van het laten braken goed worden afgewogen tegen de te verwachte symptomen. Na inname van bijv. een cyanideverbinding wegen de risico’s van het laten braken kort na inname doorgaans op tegen de ernst van de intoxicatie.
In Nederland wordt de braakreflex meestal opgewekt door mechanische prikkeling van de achterzijde van de keel. Het gebruik van ipecac-siroop wordt niet aanbevolen vanwege de mogelijke complicaties.
En hoe zit dat bij dieren?
In de diergeneeskunde wordt braken aanzienlijk vaker geïnduceerd dan in de humane geneeskunde. Bij honden wordt hiervoor regelmatig apomorfine als emeticum gebruikt. De contra-indicaties voor het opwekken van braken komen grotendeels overeen met die bij mensen.
Meer weten? Raadpleeg de therapieteksten ‘Braken induceren’ en ‘Braken induceren afgeraden’ op onze site www.vergiftigingen.info. Het NVIC is daarnaast 24/7 bereikbaar voor professionele hulpverleners via 088 755 8000.