Terug

Zelf geplukte paddenstoelen kunnen zeer ernstige vergiftiging veroorzaken!

Het NVIC is in 2020 al geraadpleegd over zes patiënten die ziek werden na het eten van een maaltijd met zelf geplukte paddenstoelen. Momenteel zijn er weer veel paddenstoelen te vinden in bossen, parken en bermen. Het NVIC verwacht dan ook dat het aantal vergiftigingen door paddenstoelen als maaltijd de komende tijd nog gaat stijgen.

Helaas beseft niet iedere paddenstoelverzamelaar dat er gezondheidsrisico's zijn verbonden aan het wildplukken van paddenstoelen. Want hoewel er in Nederland verschillende goed eetbare soorten te vinden zijn, komen er ook (zeer) giftige paddenstoelen voor. Als een giftig exemplaar wordt aangezien voor een eetbare soort, kan dit ernstige gevolgen hebben, mede doordat de ingenomen hoeveelheid vaak vrij groot is. Zo kunnen sommige paddenstoelen leverfalen en/of nierfalen veroorzaken.

Leverfalen door amatoxinen bevattende paddenstoelen

De meest beruchte paddenstoeltoxinen zijn de amatoxinen, die voorkomen in de groene knolamaniet (Amanita phalloides) (Figuur 1), maar ook in andere paddenstoelen zoals bepaalde Lepiota soorten (parasolzwammen) en sommige Galerina soorten (mosklokjes). Een amatoxinen-vergiftiging begint 6-24 uur na inname met zeer hevig braken en waterdunne diarree. Terwijl de patiënt vervolgens lijkt op te knappen, veroorzaken de amatoxinen levercelschade. Na enkele dagen kan dit resulteren in leverfalen, wat soms fataal verloopt. Intraveneuze toediening van silibinine (Legalon ® SIL) kan helpen deze leverschade te beperken. Voor nadere informatie zie www.vergiftigingen.info; monografie "Paddenstoelen, amatoxinen bevattende" en therapietekst “Silibinine toedienen”. In geval van een acute amatoxinen-vergiftiging kan de arts via het NVIC silibinine bestellen uit de calamiteitenvoorraad van het RIVM.

Foto van paddenstoel Groene knolamaniet

Groene knolamaniet (Amanita phalloides)

©M. Dijkman

Onbekende paddenstoel

Meestal is het onbekend welke specifieke paddenstoelsoort is opgegeten. Het NVIC kan aan de hand van de symptomen die de patiënt ontwikkelt een inschatting maken van het betrokken paddenstoeltoxine. De verschillende paddenstoeltoxinen veroorzaken namelijk ieder een verschillend symptomencomplex. Sommige paddenstoeltoxinen veroorzaken enkel maag-darmklachten, terwijl anderen bijvoorbeeld hallucinaties, leverfunctiestoornissen of nierfalen kunnen veroorzaken. Daarnaast kan het NVIC de behandelend arts in contact brengen met een mycoloog (paddenstoeldeskundige) om eventuele paddenstoelresten te laten determineren.