Zuurstofbindende zakjes bij dieren
- In 2025 werden via de 24-uursinformatietelefoon 85 veterinaire blootstellingen aan zuurstofbindende zakjes gemeld.
- Tot 2024 was het aantal vergiftigingen met deze zakjes bij dieren relatief stabiel (circa 40 gevallen per jaar). Dit aantal was echter aanzienlijk hoger dan bij mensen, wat al eerder tot een waarschuwingssignaal leidde [NVIC Jaaroverzicht 2024]. In 2025 was het aantal gemelde vergiftigingen bij mens en dier gelijk.
- Honden en katten worden voornamelijk blootgesteld aan zuurstofbindende zakjes die bij diervoeding zitten. Deze zakjes nemen de geur aan van het voedsel, waardoor dieren deze zakjes ‘stelen’, bijvoorbeeld uit de afvalemmer, en in zijn geheel inslikken of kapotbijten.
Het merendeel van de dieren die een zuurstofbindend zakje had ingenomen, had geen symptomen op het moment van de melding bij het NVIC. Toch werd bij dieren vaker geïnformeerd om de patiënt te laten beoordelen door een (dieren)arts dan bij mensen. Dit komt doordat een dierenarts snel na inname het zakje nog relatief eenvoudig kan laten uitbraken door het dier.
Als er symptomen werden gemeld, waren deze bij dieren vaak ernstiger dan bij mensen (o.a. bloed bij de ontlasting). Mogelijk worden sommige symptomen bij blootstelling aan zuurstofbindende zakjes niet veroorzaakt door de etsende werking van het ijzerpoeder dat in het zakje aanwezig is, maar door passage van het intacte zakje door het maagdarmkanaal. Als (huis)dieren meerdere kapotte zakjes opeten, is de kans groter dat het ijzerpoeder aan de slijmvliezen van het maagdarmkanaal blijft plakken. Er is dan sprake van een langdurige blootstelling, wat kan resulteren in een verhoogde ijzerconcentratie in het bloed. Dit is beschreven in een casus met een hond [Brutlag, et al., 2012].